Nu ik dit laatste blog van het jaar schrijf, denk ik opnieuw terug aan de woorden die ik gisteren hoorde bij het Heilig Avondmaal: “Zo veel veranderingen, maar Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde – en tot in eeuwigheid…” Wat een zekerheid – écht een toekomst vol hoop.
Zijn barmhartigheden zijn elke morgen nieuw, Zijn trouw is groot. Vaak hebben we dit samen gezongen op de compound: “Uw trouw, Uw trouw was elke dag… rondom mijn leven, ook als ik het niet zag…” We zijn dankbaar voor alles wat er is gedaan en zien vol verwachting uit naar wat onze God nog zal doen. Want er is nog kracht—wonderbare kracht—in het bloed van het Lam.
Aan het begin van dit jaar mochten we een prachtige, gezegende tijd beleven met Benjamin en Helene Slingerland. Wat was het heerlijk om samen te leven in Zijn liefde, om samen te dienen waar Hij ons riep, om te bidden en te zoeken naar het plan van onze Heere. Het was bijzonder om Benjamin samen met Richard de predikanten te zien onderwijzen, en om Helene en Trijnie in gesprek te zien met de mensen op de compound. Hen aan het werk te zien voor de mensen om ons heen was een grote vreugde.



Voor mij persoonlijk was het ook een groot geschenk om, na enkele maanden van gescheiden zijn, weer samen met Ruben te mogen zijn—en dat in het land dat voor mij als “thuis” voelt. Wat was het bijzonder om samen met hem veel scholen te bezoeken en de kinderen te mogen vertellen over Hem Die ons heeft liefgehad: de Ark voor verloren zondaren—genade, zo oneindig groot.
Ik herinner me een schoolbezoek ver weg in de bergen. Esther, onze vertaalster en geliefde zuster, had contact gelegd met de school en wist ongeveer waar we moesten zijn. Naarmate de weg steeds onbegaanbaarder werd en we hoger de bergen in reden, vroeg ik me af waar onze reis zou eindigen. Toen we aankwamen, renden er blije kinderen, vol verwachting, naar ons toe. Wat een vreugde en dankbaarheid vervulden mijn hart—en wat een verlangen om het Evangelie met hen te delen. Ik dacht: Wat bent U wonderlijk, Heere, dat U Uw ogen hebt op alle mensen, op al Uw schepselen, op al deze kinderen die voor U zijn gemaakt. Ik kende hen niet, maar U kende hen wel, en U wilt dat zij zalig worden…
Then sings my soul,
my Savior, God, to Thee!
How great Thou art,
How great Thou art!



Kort na het vertrek van Benjamin, Helene en Ruben werd het ook duidelijk, in Gods voorzienigheid, dat ik voor enige tijd naar Nederland zou gaan—om te trouwen met Ruben en daarna de eerste periode van ons huwelijk daar te wonen. Het was soms erg moeilijk om te denken aan het komende afscheid… Afscheid van de familie die vier jaar lang zo liefdevol voor mij had gezorgd; die mij had omringd met raad, blijdschap en zorg, en mij zo dierbaar was geworden. Afscheid van de Malawiaanse mensen, en in het bijzonder van de kinderen. Afscheid van het werk dat ik zo graag deed, van het land met zijn lieflijke bergen en heerlijke zon.
Maar wat een troost is het om dan te denken aan onze Herder, Die Zelf heeft gezegd: “En wanneer Hij Zijn schapen uitgedreven heeft, zo gaat Hij voor hen heen; en de schapen volgen Hem, overmits zij Zijn stem kennen.”
Toen ik in mei naar Nederland reisde, ging het werk in Malawi gelukkig door. De container met hulpmiddelen kwam aan en Richard bracht het Evangelie in gevangenissen, op scholen en in kerken. Trijnie zorgde voor de compound en mocht daar Zijn licht laten schijnen. Eind mei kwam Anne-Linde voor enkele maanden om samen met een vriendin te helpen in het missiewerk. Ook zij bezochten scholen en dienden waar mogelijk. “Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de heiligen…”



Wat waren velen, en ook ik, dankbaar dat Richard en Trijnie met hun kinderen voor een tijd naar Nederland konden komen—eerst voor de bruiloft van Benjamin en Helene in juli, en daarna voor onze bruiloft in september. Evangelist Overbeek bevestigde onze huwelijken, en we genoten intens van deze kostbare momenten samen.



Daarna keerde het gezin Overbeek weer terug naar Malawi. In de afgelopen maanden heeft Richard veel scholen, gevangenissen en kerken bezocht om het Evangelie te brengen en hulpmiddelen uit de container uit te delen. En onze God blijft deuren openen. Enkele weken geleden mocht hij, na veel voorbereidingen en vertaalwerk, een TTI-conferentie leiden. Van maandag tot en met zaterdag werden negentig mannen onderwezen en toegerust. Zij gaan nu, biddend, twintig tot vijfentwintig mannen zoeken die op hun beurt weer anderen zullen onderwijzen uit Gods Woord. Momenteel bezoekt Richard de negentig dorpen van deze mannen om hen te helpen en te bemoedigen in het werk van onze Heere.



Afgelopen week mocht hij bovendien het Evangelie delen met de mannen in de gevangenis. Ongeveer drieduizend mannen zitten daar gevangen, en velen van hen hebben het Evangelie gehoord. “Amazing grace, how sweet the sound…”
Aan het einde van dit jaar willen we u hartelijk danken voor al uw steun—in gebed, praktisch en financieel. Wat is het bijzonder om samen, als één lichaam, Hem te mogen dienen Die ons Hoofd is. Ik moet daarbij vaak denken aan de woorden van William Carey:
“Verwacht grote dingen van God. Onderneem grote dingen voor God.”
Veel liefde van ons allemaal.
Soli Deo Gloria.
“Sta op, word verlicht, want uw licht komt
en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op.
Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken
en donkere wolken de volken,
maar over u zal de HEERE opgaan
en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.”


